‘Vechten voor het land van melk en honing’ – over de vergeten Maghrebijnse strijders

 Begraafplaats het Schoonselfhof © Redouan Tijani

Begraafplaats het Schoonselfhof © Redouan Tijani

In de West-Europese historiografie wordt er amper of zelfs helemaal niet gesproken over de rol van de Maghrebijnse (d.w.z. uit Marokko, Algerije of Tunesië afkomstige) koloniale soldaten tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Gewist uit het collectieve geheugen. Tijdens de lessen geschiedenis krijgen leerlingen weinig mee over de rol van deze soldaten in deze oorlogen. Slechts weinigen weten dat er ook Maghrebijnen in het Franse verzet zaten, of dat de Noord-Afrikaanse bijdrage aan de bevrijding van de Zuid-Franse steden doorslaggevend is geweest. Dat deze zaken jarenlang verzwegen zijn is beschamend en getuigt van groot onrecht.

De geschiedschrijving over zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog wordt gedomineerd door de gedachte dat deze conflicten Europees waren, uitgevochten door Europeanen in Europese landen. De geallieerden werden als de enige, en grote helden ontvangen. Deze eurocentrische geschiedschrijving heeft de geschiedenis van gekoloniseerde volkeren die eveneens participeerden in de wereldconflicten grotendeels genegeerd. Indiërs, West- en Noord-Afrikanen, Surinamers en vele anderen vochten en stierven zij aan zij met Europeanen. Toch zijn hun ervaringen en herinneringen vergeten of blijven zij uitgesloten van de herdenkingsceremonies die elk jaar in Europa worden gehouden.

 

Van Liberté, égalité, fraternité tot kanonnenvoer

Tijdens de Tweede Wereldoorlog rekruteerde het vrije Frankrijk vanuit de Maghrebijnse kolonies meer dan 200.000 manschappen, wat – zeker na 1942 – de feitelijke kern van de ‘Franse’ strijdmacht was. De Maghrebijnse goumiers, tirailleurs en spahis waren voor de Fransen aantrekkelijk omdat ze beschouwd werden als ‘geboren krijgers’. Vooral de Algerijnse, Tunesische en Marokkaanse tirailleurs hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog een pijnlijke, bittere strijd geleverd. Deze tirailleurs waren reguliere koloniale eenheden behorend tot het armée d’Afrique. Al deze eenheden betaalden een hoge prijs voor hun prominente aanwezigheid aan de Europese fronten. En diegenen die volgens de dubieuze Franse rangschikking als ‘krijgersras’ waren bestempeld, waren het grootste slachtoffer.

Officiële instanties zeggen dat de Noord-Afrikanen zich toen vrijwillig aanboden, maar het overgrote deel van de Maghrebijnse mannen werd door economische omstandigheden gedwongen om dienst te nemen in het leger van de Franse kolonisator. Die beloofde een aantrekkelijk loon, sociale voordelen en een militaire carrière. Daarnaast riepen de Marokkaanse sultan, religieuze groeperingen en de lokale elite (waarschijnlijk onder invloed van de Franse officieren) op tot steun aan hun koloniale ‘moederland’. Sultan Mohammed Ben Youssef had op drie september 1939 in alle moskeeën van Marokko laten oproepen dat de Marokkaanse bevolking Frankrijk onvoorwaardelijk moest steunen.

De gedane beloftes werden nauwelijks gehouden, zoals te zien is in de speelfilm Indigènes (2006) en de documentaire La Couleur du Sacrifice (2006). Indigènes (letterlijk: inboorlingen) vertelt het verhaal van vier Noord-Afrikaanse moslimsoldaten die tijdens de Tweede Wereldoorlog vrijwillig in het Franse leger dienstnemen om hun ‘moederland’ te bevrijden van de Duitse bezetter. De film laat zien dat Maghrebijnen met mooie beloftes worden verleid om soldaat te worden, en hoe ze vervolgens door de legerleiding worden ingezet als kanonnenvoer. De blanke Franse soldaten krijgen beter voedsel, vrijaf en maken meer kans op promotie. Ook de glorie wordt hen amper gegund. In La Couleur du Sacrifice getuigen enkele oud-soldaten hoe ze later op schandalige wijze genegeerd werden door de Franse overheid.

Het Schoonselhof

De rol van Maghrebijnen in het Franse verzet

In Chastre nabij Gembloux in de provincie Namen staan op een vergeten Franse militaire begraafplaats driehonderd grafstenen met Arabische inscripties tussen de vertrouwde witte kruisen. Hier sneuvelden drie regimenten Maghrebijnse tirailleurs. In mei 1940, slaagden zij er in Gembloux en La Horgne als enigen in om de Duitse Blitzkrieg (even) een halt toe te roepen, maar met een verschrikkelijk groot aantal verliezen. Sommige onderzoekers menen zelfs dat de Fransen van alle gevechten tegen de Duitsers die van deze Noord-Afrikanen als het meest memorabel beschouwen.

Verder verdreven de Maghrebijnse troepen de Duitsers uit Noord-Afrika bij het Tunesische Bizerte en hielpen vervolgens met de verovering van Sicilië en Sardinië. Corsica, het eerste stukje Frans grondgebied dat bevrijd werd, namen de Noord-Afrikanen zelfs geheel voor hun eigen rekening. In Italië maakten de Maghrebijnen naar schatting vier vijfde van het Franse expeditieleger, het corps expéditionnaire français, uit. Hun bijdragen werden echter besmet door de geruchten over diefstal en verkrachting begaan tegen de Italiaanse bevolking, iets wat een smet op het Noord-Afrikaanse blazoen zou blijven.

Maar de steun aan de invasie van Zuid-Frankrijk en de daaropvolgende bevrijding van het Franse moederland waren cruciaal. De inname van Marseille, Toulon, de Provence, de Vogezen en de Elzas konden ze als onderdeel van het Franse Eerste Leger allemaal op hun conto schrijven. Na zich een weg door het zuiden van Duitsland te hebben gevochten beëindigde het deel van de Noord-Afrikanen dat nog niet van het front was gehaald de oorlog in Oostenrijk. In het najaar van 1944 en het voorjaar van 1945 was immers op bevel van generaal de Gaulle een groot deel van de (Maghrebijnse) koloniale soldaten gedemobiliseerd en naar huis gestuurd. Naar huis zonder enige vorm van erkenning.

 

Kleine herdenkingen

Standaard eert en herdenkt men in België en Nederland de strijders uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog met behulp van monumenten, herdenkingen en schoolboeken. Het leed en de bittere ervaringen waren tenslotte niet tevergeefs en de bevrijding moest kunnen rekenen op het respect en de dankbaarheid van de hele bevolking.

In Nederland liggen in Kapelle-Bizelinge eveneens negentien Marokkaanse soldaten begraven. Marokkaanse verenigingen organiseren elk jaar op vier mei een busreis naar het dorp in Zeeland. In 1989 hield het Haagse Maghrebplatform een eerste herdenking voor Noord-Afrikaanse gesneuvelden in de Grote Kerk. Op basis van verzamelde documenten volgden tentoonstellingen over Marokkanen in Nederland tijdens de oorlogsjaren. Doel was om een vergeten geschiedenis van onder het stof te halen, maar ook ‘een brug te slaan tussen verschillende culturen om zo de integratie te bevorderen.’

Het Schoonselhof

In Antwerpen ligt een aantal Maghrebijnse tirailleurs op het kerkhof Schoonselhof begraven. We vinden drie graven terug bij de gedenkplaat ‘A la mémoire des soldats Français tombés dans la Province d’Anvers en mai 1940’ (‘Ter nagedachtenis van de Franse soldaten gevallen in de provincie Antwerpen in mei 1940’). Ook hier worden herdenkingen georganiseerd door plaatselijke Marokkaanse verenigingen. In 2008 organiseerde de gemeente Boom een herdenking van de bevrijding en stelde dat jaar de rol die Maghrebijnse soldaten hebben gespeeld in de strijd tegen het nazisme centraal. Ook Molenbeek bracht hulde aan de Maghrebijnse oud-strijders in datzelfde jaar.

Toch missen leerlingen van Maghrebijnse afkomst in België en Nederland hun eigen verhalen. Jongeren met ouders die afkomstig zijn uit landen als Marokko, Algerije, Tunesië, maar ook andere Franse (en Britse) ex-kolonies kunnen zich moeilijk een voorstelling maken van de Tweede Wereldoorlog. Een hoofdstuk over de soldaten uit de Maghreb landen in de geschiedenisboeken is hier op zijn plaats.

 

Vechten voor het land van melk en honing

Het gedicht ‘Vechten voor het land van melk en honing’ is geschreven door slam poet Anissa Boujdaini ter ere van de vergeten Maghrebijnse soldaten. Op zijn manier eert en herdenkt al.arte.magazine samen met Anissa deze helden uit de Maghreb landen met onderstaand filmpje.

“Mijn excuses, mijn maghrebijnse soldaten,
dat uw daden ongezien bleven

Mijn excuses, mijn maghrebijnse helden
voor uw niet-erkende ellende.

Onze excuses.

En bedankt. Mijn soldaten. Mijn helden. Bedankt.”

 

Foto’s begraafplaats Het Schoonselhof | © Redouan Tijani

Comments