Twaalfsnarig grijpen naar het hart: Over maqamaat en luisteren

Iraqi Maqam

Naar aloude gewoonte ging ondergetekende deze week weer eens op zoek naar het culturele uitstapje van het weekend. Liefst dan ook nog eentje met een Oosters tintje. Helaas is het ene culturele centrum het andere niet en is het aanbod schaars. Desalniettemin slaagt het Nomadische Kunstencentrum Moussem er in die Oosterse tint in meerdere zalen te laten doorklinken.

Ditmaal was er de voordracht van traditionele maqamaat door Iraakse muzikanten (lees: internationale sterspelers) in de Bozar (het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel). Ondergetekende zag zijn avond al gemoedelijk uitdeinen tot een genot van klanken vol weemoed. Zijn metgezellin daarentegen, enkel beladen met nieuwsgierigheid naar het onbekende, ging vooral mee omwille van de bewondering waarmee ondergetekende sprak over deze muziekstijl. Ietwat te vroeg aangekomen in de zaal, waarin flarden Arabisch en Farsi het Frans gezoem in het publiek opluisterden, besloot ik een poging te wagen mijn metgezellin in enkele minuten uit te leggen waarin de kracht van deze muziek zou zitten; opdat ze tijdens het optreden niets moest zoeken maar enkel genieten. Het ging als volgt:

Zoals de westerse canon van klassieke muziek vooral cirkelt rond harmonie en dramatiek zo cirkelt de Arabische canon rond maqamaat. Een maqam is een soort van melodielijn, een vastgelegde toonladder (zo zijn er ongeveer 110 vastgelegde maqamaat). Zoals bij een ladder, waarin het doel en elke trede vastliggen heb je nog steeds de artistieke vrijheid om de wijze te bepalen waarop je de volgende trede neemt. De voordracht van een maqam is dus de kunst van improvisatie van de muzikant en herkenning bij de luisteraar. Vooral herkenning natuurlijk. Elke voordracht lijkt immers vertrouwd in het oor van de luisteraar, het doet denken aan een kinderlied of een traditioneel volkslied, door die vastgelegde structuur waarin bijna alle traditionele liederen van elke regio in het Midden-Oosten te plaatsen zijn. Maar de intensiteit van zo’n optreden komt vooral vanuit de improvisatie van de muzikant. Zulke improvisatie heet taqsim. Het zijn melodische verbindingen tussen vaste stukjes of kunnen ook afzonderlijk voorkomen als inleiding tot een maqam.

Elke maqam is zodanig opgebouwd dat het een bepaalde emotie dient op te roepen. Zoals de mineur in de Westerse canon als droevig wordt beschouwd zo wordt de maqam Hijaz beschreven als desolaatheid oproepend.

Waarop ondergetekende volgende woorden probeerde te herinneren:

“When I hold my Ud, I do not have a clear idea of what I’m going to play. A few moments pass before the plectrum begins to strike the strings softly yet with majestic assurance. At this moment, I embark on a musical journey where the melody is never repeated. I delve inwardly into the depths of my mind, travelling far into the past, into my personal heritage and into history.
[Mounir Bashir – albumcover Maqamat 1993]

Mounir Bashir, ook wel de koning der oed genaamd, is een Iraakse maqamaat speler op de oud. Iraakse maqamaat staan bekend als de meest pure vorm en de meest indrukwekkendste muzikanten komen nog steeds uit deze regio.

Een oed is een 12-snarig instrument dat qua vorm en bouw op een luit lijkt (of door mijn metgezellin ook wel als een glanzend keverschild wordt beschreven)

Iraqi Magam

De lichten dimden – bevrijdend teken dat mijn krampachtige poging de grond van deze eigenzinnige muzikale vervoering in kaart te brengen mocht worden gestaakt. Het was nu aan de muziek om te werken, te vervoeren. Ahmed Mukhtar, eerste oedsolist van dienst, introduceerde zichzelf –in alle bescheidenheid- en gaf een woordje uitleg bij zijn composities. Enkele maqam samahi (gelijkend op een rondo) afgewisseld met enkele taqsims. Daarna groeide de solo uit tot een trio van de vermaarde Khaled Mohammed Ali op viool en Hasan Faleh op qanun (Arabisch snaarinstrument dat lijkt op een cimbalom) tot een subliem duaal muziekspel van Faleh en Khaled Ali met een overvloed aan maqam Hijaz, bedoeïnenmelodieën en de maqam Rast… Aha-Erlebnisse bij de vleet, zo bleek. De (Arabische) olé’s en spontane applausjes tijdens een improvisatie bleven dan ook niet uit. Naast mij zag ik hoe mijn gezelschap in de muziek groeide, een teken dat de muziek werkte. Een teken voor mij ook om de ogen te sluiten en die zwoele woestijn van klanken te betreden. Ik stel voor dat u dat nu ook doet..

 

(Een dag na het gebeuren belde mijn metgezellin me op omdat ze eindelijk het gevoel kon beschrijven dat ze tijdens het concert had, ze zei: herinner je de scene in Kill Bill II waarin ze eindelijk Bill doodt door met een gekke kung-fu techniek met haar hand zijn hart uit te rukken? Wel zoiets was het, maar dan vrolijk en bevrijdend.)

Foto’s: Redouan Tijani

Lees ook het interview van Bleri Lleshi met het gezelschap: Er is een liefdesverhaal tussen Irakezen en muziek

 Fotogalerij:

Comments

This post is also available in: English