Sensuele mystiek: woorden verscheuren in naam van de liefde, of God

Amir Sulaiman

De poëzie van een lichaam zonder organen

 

Ik weet meer dan ik wil
Maar niet half genoeg
Ik dacht dat ik voor de liefde schreef
Maar het bleek alleen maar lust

 Amir Sulaiman – Dead man walking

 

Een esoterische recensie van A. Sulaiman, Love, Gnosis and Other Suicide Attempts, 2012.

Lichaam en ziel. Mocht je geen vrede kunnen hebben met deze tweestrijd dan zal het hier niet aangenaam vertoeven zijn voor je. Een lichaam dat evenveel ziel draagt als de ziel lichaam: mocht je geen redenen vinden om je te weren tegen deze afgrijselijke tweestrijd, ook dan zal je je hier niet welkom voelen. Mocht je daarentegen -en ondanks dit alles- in staat zijn toe te geven aan de absurditeit van de waarheid wees dan welgekomen. Welgekomen in het vacuüm gecreëerd door de gedichten en flarden voordrachten van Amir Sulaiman.

Een decennia of twee geleden verklaarde de Afro-Amerikaanse Amir Sulaiman (1978) zichzelf tot dichter, en even later tot religieus/gnostische leerling en daardoor veroordeelde hij zichzelf tot een levenslange Prometheaanse foltering. Doorheen de jaren ontwikkelde hij zijn eigenzinnige wijze van dichten die nog het meest weg heeft van een gnostisch ritueel, vrijen en de trekker overhalen tegen de eigen geest..

De wijze van dichten die Amir hanteert voor zijn gesproken voordrachten en geschreven gedichten is op z’n minst eigenzinnig te noemen. Niet alleen om het ascetische en doorgedreven karakter ervan maar des te meer daar zijn gedichten als islamitisch geïnspireerde dichter ons onmiddellijk treffen als te intiem.. te sensueel. Vanaf het de eerste woorden in zijn recentelijk gepubliceerde dichtbundel (now that I have died / I have no taste for life / or the affairs of the living / only for love / and the affairs of the lovers // nu dat ik dood ben / smaakt het leven me niet meer / noch de zaken van de levenden / alleen nog liefde / en de zaken van de geliefden) komen de woorden reeds te dichtbij. De eerste gedichten maken duidelijk dat Amir geen intentie heeft het intellect van de lezer te bezigen, maar dat hij meteen het meest kwetsbare wil raken.. rechtstreeks naar het hart.. Niettemin verkiest hij het lichamelijke, het doorleefde lijfelijke daarvoor als toegangsweg te gebruiken. De lezer uit te nodigen het lijfelijke te zien als teken van het ongeziene.

wie wil een gebroken hart
maar nu het mijne opengespleten is
Vraag ik me af wie zijn hart gesloten zou willen

(of beauty and breaking)

Dichten heeft voor Amir weinig van doen met betekenis; althans niet in eerste instantie. Het dichten start voor hem vanuit bepaalde sensaties: het proeven en spelen met de klanken van bepaalde woorden in de mond, combinaties maken van woorden die niet vertrouwd klinken in elkanders gezelschap, de vorm die je lippen aannemen om een lettergreep uit te drukken. Het zijn maar enkele instrumenten die hij gebruikt om iets fundamenteels te duiden in zijn poëzie: de bewustwording van de lichamelijkheid van taal; hoe taal zichzelf in eerste instantie bekendmaakt als iets lijfelijk, en dat doet nog voor er ook maar iets van het hemelse betekenisvolle is doorgedrongen. “Het is dan gewoon een woord dat bij me opkomt, de klank ervan…bijvoorbeeld slapeloosheid…het vreemde van hoe de lettergrepen aanvoelen in mijn mond en hoe ik het begin te waarderen…en dan begint het gedicht zichzelf te scheppen. Gewoonlijk weet ik niet waar het gedicht over gaat tot ik er al middenin zit.”

Niettemin, ondanks zijn focus op de sensualiteit van de taal gooit hij even later zijn hele dichtproces paradoxalerwijs over een ascetische boeg. Amir beschrijft dit ascetische aspect in zijn schrijfproces als een daad om bepaalde delen van zichzelf het zwijgen op te leggen, opdat andere delen zouden kunnen spreken. Zijn fascinatie voor het hart klinkt in ons gesprek even hard door als in zijn gedichten: “Het is als onze harten: jij hebt een hart, ik heb een hart, en ik heb dat al 34 jaar nu. Dat is een lang genoeg om het te leren kennen, maar als ik de gelegenheid heb om het open te snijden om het te kunnen zien, dan zal ik het beter begrijpen. Ik zal dingen te weten komen die ik nooit had geweten, al is het maar zoiets simpels als te weten hoe het er in het echt uitziet…kloppend in mijn hand. Daar is mijn poëzie voor. In plaats van die delen het zwijgen op te leggen probeer ik hen zich te laten uitdrukken zodanig dat ik mijn ziektes beter kan diagnosticeren.” Het doet denken het lichaam-zonder-organen zoals Artaud het beschrijft in zijn stuk ‘Pour en finir avec le jugement de Dieu’

 Wanneer je van hem een lichaam zonder organen zal hebben gemaakt,
dan zal je hem hebben bevrijd vanal zijn automatische reacties
en hem zijn ware vrijheid hebben teruggegeven.

-Artaud,-

Amir sulaiman

Een doordeweekse recensie van deze dichtbundel zou kunnen, maar zou de kracht tenietdoen die schuilt in Amir’s eigenzinnige schrijfproces. Laten we daarom pogen een esoterische recensie van Love, Gnosis & Other Suicide Attempts te schrijven door alvast twee organen in het licht van Amir’s dichten te bekijken

Tong(val)

Moeiteloos vergeten we de realiteit van waaruit we dit alles beginnen. Zo moeiteloos als het is in slaap te vallen in je eigen lichaam, in onze haastig bij elkaar geschraapte kleinzerige identiteit. Daarom de noodzaak van dichten, van schrijven, van uiten. Het proces van iets naar buiten brengen, iets in de mond nemen.. de ervaring van de sensualiteit van woorden. Het werkelijk ervaren van hoe vreemd een woord wel kan zijn als men het eens te lang voor de spiegel van de eigen geest houdt. We vergeten die lijfelijkheid van waaruit alles aanvangt immers veel te snel, zo moeiteloos als we dat vergeten, zo gemakkelijk gaat het ons af om telkens weer ‘dat weet ik reeds’ te orakelen. We gaan te snel over tot het uiten van woorden als oneindig, liefde, herdenken, een waarachtige dood…alsof hun werkelijke betekenis ons niet vreemd is. Alsof we de volledige ervaring van deze semantische zwarte gaten al hebben gehad. En zo verworden ze tot niets meer dan bewegingen van onze tong.. geaffecteerd noch door hun eigen betekenis noch door de sensualiteit waarmee we ze kunnen uitspreken.. Om werkelijk gevoel te hebben voor de betekenis van zulke woorden moet men spreken doorheen de tong: zich terug bewust worden van de uitgesproken vreemdheid van de woorden. Hun vorm als intiem ervaren en vanuit die ervaring hun betekenis herwaarderen.

 

Longen(sprong)

We hebben allen onze doolhoven van eigenhandig geconstrueerde regels en wortels. Scherven van een gegeven identiteit die we doorheen de tijd dienen te herwaarderen naar hun verborgen waarde. Religie heeft daarin voor mij de meeste van deze scherven in handen gehad. Maar wat kan ik ermee? Dien ik mijn religieuze identiteit uit te drukken of is ze vormen door een diepgaande ervaring reeds genoeg? Er zijn weleens mensen die beweren dat het toelaten van het poëtische, het kunstzinnige in je religieuze beleving je ervaring teveel reduceert tot een vorm van expressie. En toch, ik ben er van overtuigd dat er geen onderscheid te maken valt tussen ervaring en expressie. Het is voor religie net zo als voor liefde als voor vrijen (in-liefde-zijn): is vrijen een ervaring of een expressie? Het is beide, daar in de daad van het bedrijven van de liefde de expressie van liefde wordt verheven tot de ervaring van liefde. Zo is het voor de liefde, zo is het voor de Tawhid. Alle vormen van ervaring zijn expressie; er is geen ervaring mogelijk zonder expressie. Net zoals de materiële wereld een cluster van expressie is, een symbool voor het Onzichtbare, een teken voor de mogelijkheid van ervaring. Zoals onze longen uiting geven aan de ervaring van naar adem happen, zo is ons ademen reeds een stille vorm van dankbaarheid voor de intense ervaring die het leven is;

‘Wat is een dichter
Wanneer hij geen poëzie meer heeft
Het is een man die geen bloed meer heeft
Een vrouw die geen adem meer heeft

Koop hier
Lees hier
Luister hier

Foto’s: © Redouan Tijani

Comments

This post is also available in: English