Review: Le Trait van Nacera Belaza

 

Het nomadische kunstencentrum Moussem bracht de gevierde Algerijnse choreografe en danseres Nacera Belaza naar Monty (30/11/’12 – Antwerpen) met haar creatie Le Trait. Le Trait, of koppelteken, verbindt de drie onderdelen van de nieuwste creatie van de Algerijnse Nacera Belaza. Belaza experimenteert met eenzaamheid, en verkent het verband tussen traditionele Algerijnse dans en haar eigen schriftuur.
Een review van Zakaria El Houbba.

 

Aanzwellen. Dat zou het stuk in één woord beschrijven. Maar dan ook meteen een ander: zwelgen. Le Trait is een voorstelling van aanzwellen, van langzaamaan toenemend geluid, van flarden licht aanzwellend over delen van het podium. En tussen dit alles het lichaam dat zwelgt tussen flarden licht en duisternis.

 

Het stuk begon met volledige duisternis; wat niet ongewoon is voor een voorstelling, maar na enkele momenten besefte het publiek dat de duisternis deel van het gebeuren was. Waarom? Het wachten duurde immers te lang- de verwachte anticipatie op de aankomst van het publiek bleef uit. Op het podium gebeurde niets. Of toch niets zichtbaar. Het moment waarop er dan ook aan het uiteinde van het podium de contouren van een lichaam duidelijk werden, voelde je het publiek bewegen: pogingen om de contouren van het lichaam te verduidelijken; de danser te zien. Na een eeuwigheid in aanzwellend geluid van een Berbers ritme en duisternis (lees: tien minuten) gaven de meesten het zoeken op. Men besloot het op te geven. Een deel ‘verliet’ het publiek door zich over te geven aan het stuk- het verhaal niet meer te zoeken maar het te beleven, het zelf binnen het aanzwellen als zwelgen aan te voelen. Het andere deel bleef publiek: geroezemoes en (kritische) toefluisteringen aan de buur.

De eerste solo, die zich tussen dit alles afspeelde, concentreerde zich op één beweging: traag vooruit stappend, de armen uitgestrekt en in lange bewegingen langzaam naar de hemel gericht. Toen de danseres het voorste deel van het toneel had bereikt transformeerde de beweging in een breed rond de eigen as draaien en verdween de beweging en het lichaam uiteindelijk in een flard duisternis op het podium. Het doordringende, op een mantra gelijkende, Berberse ritme had onderwijl ruimte gemaakt voor het aanzwellen van een lieflijk Engels deuntje en het geruis van een bijhorende platenspeler.

De beweging van de verdwenen danseres werd vanuit het niets verder gezet door een andere danseres. Solo nummer twee bleek beweging nummer twee te zijn. Waarop het publiek herhaalde wat het bij de eerste solo deed: het naarstige zoeken, het pogen het vage te verduidelijken, te duiden. Onderwijl bleef het geluid aanzwellen en verviel de beweging van het lichaam dat rond eigen as de volgende stap zocht in een extase van derwisj-bewegingen en cirkels. Weer eens verloor het lichaam zichzelf in een eeuwigheid (lees: een twintig minuten) van flarden licht, duisternis en aanzwellend geluid.

 

Na deze intensiteit verviel het podium terug in volledige duisternis. Waarbij het geschuifel van voeten de aanwezigheid verraadde van de derde solist. Zoals hij er voordien nadrukkelijk niet was, zo nadrukkelijk was hij ineens wel daar. In wilde ongecontroleerde bewegingen gaf hij zich over aan de belichte ruimte (een vierkant licht binnen een groter vierkant duisternis) en aan de reeds luide Afrikaans drumslagen en djembéritmes. Totdat hij, door de chaos van het eigen lichaam, te midden van het podium eventjes verstarde en plots uitbarstte in een geestenuitdrijving waarbij zijn hoofd in alle richtingen ging – lijflijke beelden scheppend van de gezichtsportretten van Francis Bacon; het licht intenser werd en het hele gebeuren een hypnotisch sfeertje kreeg. Zoals het begon eindigde het stuk: met een wachten. Of in mijn geval met bekomen van de uitputtingsslag die het optreden was.

 

Nacera Belaza slaagde er op sublieme wijze in de vierde muur te doorbreken. Een cultureel avondje uit, een bioscoop- museum- of theaterbezoek wordt doorgaans vanuit een bepaalde economische instelling aangegaan. Men verwacht iets, een spektakel, een verhaal. Iets moet expliciet gegeven worden. Terwijl Belaza net door het concept van aanzwellen niet zomaar het wachten benadrukt maar vooral de uitnodiging zelf het verhaal te creëren bij het gebeuren. Waar men normaal uitgaat van een optreden als een soort consumeren van het huwelijk dat men bij het scheuren van het ticket is aangegaan beijverde Nacera zich door de choreografie net voor de vrije liefde, de vrije verbeelding. De schaarse maar noodzakelijke narratieve elementen die binnen het stuk worden aangereikt, worden door het constante zwelgen en aanzwellen teniet gedaan als autoritair. Er is geen groot verhaal in de performance, enkel lichamen die zwelgen en daar volledig in opgaan. Lichamen die zichzelf verliezen en zo zichzelf als verhaal uit handen geven aan het licht, het geluid en aan het publiek.

Algemeen concept en choreografie Nacera Belaza | Productie van Compagnie Nacera Belaza i.s.m. Moussem
Foto’s: Laurent Philippe et Stage_ID

Comments