“Ik wil een verhaal brengen dat mensen raakt en waarover ze gaan nadenken”

Nasrdin Dchar - © Redouan Tijani

Nasrdin Dchar – © Redouan Tijani

Nasrdin Dchar is on a roll. De Marokkaans-Nederlandse acteur heeft het zo druk met zijn acteerwerk dat onderstaand interview bijna niet plaatsvond. Twee uur voor zijn hij zijn stuk ‘Oumi’ in het Cultureel Centrum Berchem komt voorstellen, ontvang ik een verlossend berichtje: ‘Het interview kan plaatsvinden als je nu komt’. Stante pede haast ik me naar het CC Berchem, waar een hartelijke Nasrdin Dchar op me wacht in de loges. Dchar kan zijn enthousiasme niet verbergen. ‘En en, weet je hoeveel mensen er vanavond komen kijken?’, vraagt hij me. ‘En komen er ook veel Marokkanen kijken?’, vraagt hij met die immer twinkelende oogjes.

Voor wie Nasrdin Dchar niet kent: Dchar won vorig jaar de Gouden Kalf, de Nederlandse evenknie van de Oscars, als beste acteur voor zijn rol in de film ‘Rabat’. Vooral zijn speech tijdens de uitreiking gaat niet ongemerkt voorbij. “Ik ben de eerste moslim die deze prijs wint!”, roep hij in de microfoon. Toch wil Dchar daar niet te veel nadruk op leggen. “Ik ben heel trots op mijn afkomst, maar ik wil vooral erkend worden als acteur.

De Gouden Kalf bezorgde Dchar nationale roem in Nederland. Maar zijn bekendheid stopt niet aan de Nederlandse grens. Ook bij de Marokkaanse gemeenschap in Vlaanderen staat hij hoog op de populariteitsladder. “Toen ik enkele maanden geleden op de Turnhoutsebaan in Borgerhout rondliep, werd ik aangeklampt door Marokkaanse jongeren. Ze wilden allemaal handje schudden met me en met me op de foto. “Heel gek, ik wist niet dat ik hier zo bekend was”, lacht de bescheiden acteur. “Ik kijk er echt naar uit om mijn stuk ‘Oumi’ voor een Vlaams publiek te brengen.”

Oumi – @ Ben van Duin

‘Oumi’ ontstond uit de beklemmende gewetensnood die je had tijdens de theaterproductie ‘De geschiedenis van de familie Avenier’. Waarom was het zo belangrijk voor jou om Oumi te maken?

Wel, in 2006 speelde ik dus de rol van de gastarbeider Mohamed in de ‘De geschiedenis van de familie Avenier’. Dat de enige migrant in het stuk met het familiekapitaal van de Aveniers aan de haal gaat, bracht me in een zware crisis. Ik vond dat verschrikkelijk, want voor mij leek het alsof ik mijn vader speelde. Ik schreef een brief aan Maria Goos, de scenariste. ’Sorry Maria, ik kan dit niet. Ik kan deze rol echt niet spelen’, meldde ik haar. ‘ Maria deed me een voorstel: ‘Met dit gevoel moet je iets doen. We gaan een stuk over je moeder maken.‘

Hoewel het aanvankelijk de rol van Mohamed was die je gewetensbezwaren opleverde, koos je toch om je moeder en niet je vader in de kijker te zetten.

Dat kwam omdat Maria Goos eerder een productie had gemaakt, Ons Moeders, een fantastisch en ontroerend stuk , een soort van ode aan de moeder. Het leek haar interessant om mijn gevoel, het clichébeeld over de eerste generatie Marokkanen te combineren met het persoonlijke verhaal van mijn moeder. En zo geschiedde het dus! Samen met Maria ben ik naar Marokko gereisd om mijn moeder te interviewen. Dat vormde de insteek voor ‘Oumi’. Mijn vader was wel stiekem jaloers dat alle aandacht naar mijn moeder ging (lacht). Maar ik heb met mijn vader een deal. Het verhaal van mijn moeder bracht ik op toneel, maar zijn verhaal komt op film. Haha, hij wacht nog op die film. Insha’Allah komt die er!

Had je moeder er geen problemen mee dat ze haar privéleven zou tentoonstellen aan de buitenwereld?

Er zijn heel wat vooroordelen over de Marokkaanse vrouw. Mensen denken: die vrouwen lopen alleen maar achter hun man aan, zitten alleen maar thuis. Mijn moeder is nuchter, ze is een sterke vrouw. Ze staat met haar beide benen in de maatschappij. Ze volgt dagelijks de actualiteit. Ze woont in een dorpje, Steenbergen, met alleen maar Nederlanders. En ze vertrouwt me. Ze is altijd naar mijn andere voorstellingen gaan kijken. Ik weet nog toen ik haar vertelde over deze productie. Dat ik haar wilde interviewen en dat zij centraal stond. Ze was toen zo vereerd. Ze was heel trots dat het over haar zou gaan. Het was een ontroerend moment. Ze maakte het voor zichzelf al meteen een heel groot ding. ‘Ik voel me vereerd, omdat ik de stem mag zijn van een generatie vrouwen die we niet kennen’, zei ze. ‘Wow’, dacht ik toen. Zo ver was ik dus nog niet! Maar ik vond dat heel mooi. Het was heel belangrijk wat ze zei. Want dat is het stuk ook echt. Deze vrouwen zijn onzichtbaar, maar mensen hebben een beeld over hen.

In 2011 speelde je ‘Oumi’ voor eerste keer. Kan je je de première nog herinneren?

Ik kan me die nog glashelder herinneren. Het was een heel bijzondere middag . Ik begon in een kleine zaal, met 70 mensen. Uiteindelijk werd het steeds groter. En opeens sta je voor een zaal met mensen die je allemaal kent. Je familie, je ouders, broers, ze zitten in de zaal en kijken naar mij. Ik vond het heel spannend hoe ze zouden reageerden op het stuk. Toen de voorstelling afliep, stond mijn moeder als eerste recht en deed ze zo (Dchar staat recht en klapt hevig in zijn handen). Mijn vader, emotioneel als altijd, had tranen in zijn ogen en trillende lippen. Weet je, ‘Oumi’ is een ode aan de moeder in het algemeen. Het gaat niet enkel over mijn moeder. Ook al is het gebaseerd op persoonlijke verhalen, het gaat ook over jou, hem, haar, hen en dat vind ik erg belangrijk. Ik heb geen zin om enkel verhalen te brengen over mezelf. Ik wil een verhaal brengen dat mensen raakt en waarover mensen gaan nadenken.

Je speelt Oumi vanavond voor de 61e keer. Wordt het na de zoveelste keer voor jou niet een beetje mechanisch? Of speel je het stuk nog iedere keer met evenveel bezieling?

Nog steeds met evenveel bezieling! Bij deze productie moet dat gewoon. Bij andere stukken sluipt de automatische piloot er wel eens in. Maar in dit geval ben ik het gewoon verplicht aan mijn moeder. Ook als ik me niet lekker voel, dan denk ik gewoon: ‘Hey, kom op nou!’ Ik pep mezelf op. Uit respect voor mijn moeder geef ik mezelf 100 %. Maar eigenlijk gaat het vanzelf, omdat het zo ontzettend leuk is om ‘Oumi’te spelen, het is zo’n mooi verhaal.

Er passeren heel wat thema’s in Oumi. Maar wat betekent het stuk voor jou?

Voor mij gaat het over keuzes, en die durven maken en kiezen voor wat jij het liefste wil, ongeacht wat andere mensen daarvan denken. De sociale controle in de Marokkaanse gemeenschap kan heel giftig zijn. Kan ik dit wel doen? Kan ik die keuze wel maken? Gaan ze me niet vreemd bekijken? Aaargh, daar gaat het niet om! Daar wordt je niet gelukkig van. Gelukkig word je wanneer je zelf doet wat jij het liefste wil in het leven. Anders wreken die niet-gemaakte keuzes zich later in jouw leven.

Je beschouwt ‘Oumi’ ook als een eye-opener voor de gemiddelde Nederlander. Ben je in jouw opzet geslaagd?

Als je kijkt naar wat bijvoorbeeld de voorstelling doet in Nederland, met Nederlandse mensen, dan is het behalve herkenning, ook inderdaad een eye-opener. Ik hoor vaak: ‘Jeetje, we hebben nooit eerder stilgestaan bij die verhalen van de mensen die toen naar Nederland zijn gekomen. We wisten niet dat ze zo hard hebben moeten knokken.’ Daarbij komt er bij zo’n onderwerp ook veel kijken. Ik heb veel nagesprekken en dan komt het heel snel tot wat nu gaande is, namelijk hoe er wordt gekeken naar mensen met een andere achtergrond. Er wordt heel vaak gezegd dat de integratie mislukt is. Dat vind ik een verschrikkelijke en gevaarlijke uitspraak. Merkel en Cameron hebben dat bijvoorbeeld gezegd. ‘Hoe durven jullie!’, denk ik dan. Die migratie is nog zo jong. Mijn vader kwam naar Nederland in de jaren 60. Dat is dus ongeveer 50 jaar geleden. Wat is nu 50 jaar?! Dat is helemaal niks, nog niet eens een mensenleven als het ware. Dus hoe durf je zo’n uitspraak te doen?! OK, als je spreekt over de 10e generatie en mensen spreken nog steeds niet de taal, dan kan je misschien zeggen dat het mislukt is. Maar nu kan het helemaal nog niet, het is nog veel te vroeg om zo’n zware uitspraken te doen.

Heb jij het pad geëffend voor andere Marokkaans-Nederlandse acteurs?

Geen idee, ik hoop het. Maar daar ben ik niet mee bezig. Ik ben ook niet zo met voorbeeldfuncties bezig. Mensen die zo’n functie vervullen zijn meestal mensen die andere mensen onderuit willen halen. Zo ben ik helemaal niet. Het is natuurlijk een eer als mensen me zeggen dat ik een voorbeeld ben voor hen.

Word je nog vaak getypecast?

Dat gebeurt nog vaak, ja. Dat zijn dan rollen die totaal niet interessant zijn en die ik clichématig vind. Nee dank je, ik verwijs die meteen door naar de prullenmand. Die mogen andere mensen doen. Of hopelijk niemand (lacht). Nee, ik wil niet meedoen aan die stereotypes. Ja, ik wil een dief spelen, maar dan moet het wel een dief met een verhaal zijn. Maar niet iemand die een oma in de tram besteelt. Ik was heel blij met de rol van Felix Haverstadt in de film Süskind. Ik vond het bevrijdend om een rol te spelen die helemaal niets met mijn achtergrond had te maken.

Maar je voelt je wel erkend als acteur? Niet per se omdat je de eerste acteur bent van Marokkaanse afkomst met een Gouden Kalf?

De Gouden Kalf betekende heel veel voor mij. Maar als acteur blijf je vaak onzeker. Het blijft een apart dingetje in het vak. Steeds als ik een nieuwe productie zit, denk ik steeds: ‘Oh jee, als ik maar nu niet door de mand val. Als mensen nu maar niet gaan zien dat ik het niet kan, dat ik niet kan acteren.’ Angst dat je het niet kan is inherent aan dit vak. Je begint altijd opnieuw bij nul, ongeacht wat je bereikt hebt, wat je hebt gespeeld. Volgend jaar sta ik op de planken als ‘Oedipus’ in de gelijknamige voorstelling. Nou dan denk ik nu al: (met de handen schuddend) ‘wojow, waar ben ik nu aan begonnen!’ Het is doodeng, maar ook fantastisch.

Is film jouw liefde en theater jouw minnaar? Of omgekeerd?

Theater is the love of my life. Ik kan niet zonder. Van film ben ik gaan leren houden. Ik vond film verschrikkelijk eng in het begin. Er zijn eerst al die crewleden rondom je, dan wordt er ‘action’ geroepen en plots moet je het maar gaan doen. Ik voelde me geïntimideerd en ik dacht ‘oh jee, ik kan het niet’. Naarmate ik het meer deed, begon ik het steeds leuker te vinden. En het is echt een ander vak dan theater. Kleine dingen zoals een stilte of een wenkbrauw fronsen heeft bij film magische effecten, terwijl het in het theater weinig waarde kan hebben. Mensen op rij 20 moeten jou ook kunnen zien. Acteren is een heel mooi beroep. Als je op de planken staat, moet je weten wat je doet. En dat blootgeven, die kwetsbaarheid toon je bewust. En als je die niet toont, is dat opnieuw onbewust. Alles is bewust. Als het namelijk niet bewust is, dan is het geen acteren. Want dan overkomt het jou.

Staan er nog grote of buitenlandse producties op til?

Tot eind 2014 ben ik fulltime bezig met theater. We zijn nu ook bezig met de opnames van een ziekenhuisserie Charlie, dat is een adaptatie van de Amerikaanse serie Nurse Jack. Ik speel één van de verplegers. En in 2013 speel ik samen met Najib Amhali een rol in de film Valentino. Internationale ambities heb ik ook wel. Ik kreeg een aanbieding voor de hoofdrol in een Jordaanse film. Maar de rol lag me niet, ik voelde er weinig voor, dus heb ik dat geweigerd. Sinds ‘Rabat’ en en alle leuke dingen die ik heb mogen doen, denk ik ‘The sky is the limit!’. Dus ja, buitenlandse producties, laat maar komen!

Je houdt ook van Vlaamse cinema, zei je eerder. Heb je al aanbiedingen gekregen?

Ik zou heel graag in Vlaanderen iets willen doen. Vlaamse cinema is heel mooi. Maar ik weet ook als ik naar de Vlaamse televisie kijk… (aarzelt) Wel, euh dat is wel heel erg wit, heel erg! Niet normaal. En de rollen die gespeeld worden door niet-blanke Vlamingen zijn clichérollen. Er moet echt verandering in komen! Ik wil absoluut niet klagen over Nederland. Maar ik heb er ook hard voor gewerkt. Ik heb het allemaal zelf gedaan. Zonder opleiding. Ik ben onderaan begonnen. Ik nam alle rolletjes aan die ik maar kon krijgen. Ik heb gewerkt voor 250 euro per maand. Of ik speelde 300 keer per jaar op plekken waar ik absoluut niet wilde spelen, voor mensen die totaal geen zin hadden. Maar de felicitaties die je achteraf krijgt zijn goud waard. Al komt er maar één persoon zeggen: ‘Bedankt, ik vond het echt mooi’. Daar doe je het voor.

 

Nasrdin Dchar - © Redouan Tijani

Nasrdin Dchar – © Redouan Tijani

Nasrdin Dchar vertelt het verhaal van zijn moeder in Oumi. Het gaat over het leven van Habiba, een Marokkaanse vrouw die in Steenbergen terechtkwam. Over hoe ze opgroeide in het bergdorpje Touasitte, waarom ze naar Nederland kwam en hoe dat haar leven veranderde. En over één van haar zonen die acteur werd: Nasrdin, die zich vaak ingeklemd voelt tussen loyaal zijn aan het land waar zijn wortels liggen en loyaal zijn aan het land waarin hij leeft. Veel is verenigbaar, heel veel niet.

Voor deze voorstelling zijn Nasrdin Dchar (Gouden Kalf Beste Acteur speelfilm Rabat) en Goos (succesvolle toneelstukken Familie, Cloaca, De Geschiedenis van de Familie Avenier en DOEK!) tien dagen in Oujda geweest, waar ze verbleven bij zijn familie. De interviews van Dchar met zijn moeder en de ervaringen die hij en Goos deelden in Oujda, zijn de basis voor de voorstelling. 

spel: Nasrdin Dchar
tekst: Maria Goos
regie: Jaap Spijkers

 
 
 
 
 

Comments