Benzakour eert zijn moeder met Yemma

Mohammed Benzakour

“Ik denk aan het buikorgeltje dat moeder ooit was. Het wonderorgeltje dat zonder te hoeven worden aangezwengeld de hele dag muziek voortbracht, de vrouw die dwars door het journaal heen kakelde, die tv-programma’s aldoor becommentarieerde, die geamuseerd alles herhaalde wat er in een leuke tv-scène gezegd werd terwijl iedereen in de kamer het ook zelf kon horen. Haar opfleurende lach. Wie bedroefd was en haar stem hoorde werd fris en licht. Haar ziel, meer dan uit haar ogen, sprak uit haar mond.

En nu zitten we oog in oog met een blinkend raam. Twee ravijnen die in elkaars afgrond blikken. De mond dood.”

Met deze woorden schrijft Mohammed Benzakour over zijn yemma, ‘moeder’ in het  Marokkaanse Tarifit, in het boek Yemma. Het is een eerbetoon aan zijn yemma die na een beroerte langzaam en onherroepelijk aftakelt. Benzakour beschrijft hoe ze steeds moeilijker communiceert. De beroerte verandert het leven van zijn moeder in één klap. Hierna breekt een hectische, emotionele tijd aan.

Benzakour vertelt aan de hand van vlagen van herinneringen en anekdotes over zijn moeder vóór en na de beroerte, over de rol die zij speelde in zijn jeugd, en rept van zijn worsteling met het geloof, zijn rol als schrijver, de conflicten met zijn moeder en de heersende bureaucratie van strakke regels. Hij vertelt ook over de strijd die zijn moeder voert en waarin ze reddeloos en redeloos ten onder gaat en over de blijvende woede en pijn die daarvan het gevolg zijn. Benzakour ziet de rollen veranderen. Op den duur is zijn yemma in feite zijn zieke, wanhopige kind. Pijn, schuldgevoelens en irritatie wisselen elkaar af.

“Hoe komt het toch dat één moeder gerust vijf kinderen kan verzorgen, terwijl vijf kinderen bijna ten onder gaan aan de zorg van één moeder?”

Logopedielessen

De auteur illustreert niet enkel het aftakelen van zijn moeder, maar kaart ook een maatschappelijk probleem aan. Die begint voor zijn yemma bij de logopedielessen. Ze begrijpt niets van de plaatjes. Benzakour stelt daarom een terechte vraag.

Zou het niet zinniger zijn om aan te sluiten bij de belevingswereld van moeder? Is het dan misschien niet zinniger om in plaats van doolhofjes, puzzels, schetsjes en andere abstracties, die moeder niet eens kon oplossen vóór het infarct, laat staan nu, om in plaats daarvan auditief materiaal te verzamelen dat op een of andere manier gerelateerd is aan koranische teksten en formules?”

Als antwoord krijgt hij: “Sorry, meneer maar ik ga mij niet verdiepen in de islam.”

Benzakour botst op tegen een muur van onbegrip en starheid: “Blijkbaar is er geen enkele logopedische opleiding of werkpraktijk te vinden met methoden speciaal ontwikkeld voor analfabete, slecht Nederlands sprekende moslim-allochtonen.” En daar heeft men niet op gerekend. De jonge sterke avontuurlijke twintigers die in de jaren zeventig als gastarbeider in de lage landen verwelkomd werden en helemaal niet het plan hadden om zich hier te vestigen, worden steeds ouder en belanden vaker in ziekenhuizen, in verpleeghuizen en rusthuizen.

De zorg voor de ouderen in de Marokkaanse cultuur wordt traditioneel gedragen door de kinderen en de familie. De familiale solidariteit is enorm. Daarbij vinden Marokkaanse ouders moeilijk hun weg in de wereld van ziekenhuizen, dokters en verpleeghuizen. Ze staan wat wantrouwig tegenover de professionele gezondheidszorg en voelen zich verloren tegenover de complexe administratie. Ze hebben problemen met de taal en hun kennis van de beschikbare voorzieningen en diensten is beperkt. Hun kinderen helpen daarbij, uit liefde, morele verplichting en culturele traditie. Maar is dit nog haalbaar? En moeten de voorzieningen niet met een toegankelijker aanbod komen dat de weerstand van deze mensen vermindert en inspeelt op hun noden en behoeftes? Zou er ook niet meer gericht gewerkt moeten worden rond de vraag en de ervaring van oudere allochtonen? Te denken valt aan andere eetgewoonten, opvattingen over hygiëne en taalproblemen. Andere eetgewoonten bijvoorbeeld verplichten Benzakour en zijn moeder te eten in de kelder. Bij het lezen van zulke passages komt er een gevoel van verontwaardiging. Het boek snijdt dit onderwerp aan en vraagt ook meer aandacht aan cultuurgevoelige ouderenzorg voor de eerste generatie Marokkaanse migranten.

Hartverscheurend

Het verhaal speelt zich af tussen zoon en moeder. De zorg van de zoon voor zijn moeder is tot in detail beschreven. Maar Benzakour schetst ook hoe een beroerte de omgeving aantast. Schrijnend is Benzakours relaas van hoe zijn vader dit opneemt:

“Telkens trof ik hem aan op zijn vaste plek: uiterst rechts op de bank, naast de lege fauteuil van moeder, alsof hij er de wacht hield. Alsof ze er nog zat en met hem kletste. Vijfenvijftig onafgebroken jaren waren ze samen.”

Yemma bestaat uit 220 bladzijdes anekdotes, herinneringen, observaties die opeengestapeld een weergaloze hulde aan de moeder van de auteur vormen. Het boek laat op bladzijde negen al de emoties los bij de lezer. Daarna volgen nog vele pagina’s in vlotte stijl en met mooie beschrijvingen die steeds een brok in de keel brengen. Yemma heeft heel wat herkenbare delen over de rol van Marokkaanse moeders in hun gezinnen.

Tijdens het lezen wordt het karakter van de moeder en de invloed die op haar zoon heeft duidelijk. Yemma is een diepgelovige, hardwerkende, toegewijde vrouw en moeder. De beroerte herleidt haar tot een afhankelijk, broos en breekbaar iemand. Maar het is deze vrouw die Mohammed Benzakour maakte tot wie hij werd en die hem de kunst van de taal bijbracht. Precies daar zit de tragiek. Door de inwendige blikseminslag die een beroerte is verliest ze haar taal, een verlies dat onverenigbaar lijkt met een leven dat bestaat bij de gratie van woorden, zinnen en verhalen. Hartverscheurend toont Benzakour de lezer hoe de ooit zo krachtige vrouw verandert in een schamel hoopje mens. En nergens wordt het sentimenteel of clichématig. Benzakour zegt veel met weinig woorden en zonder al te veel drama.

Dit boek is daarom behalve een mooie ode aan zijn yemma, ook een oproep tot een betere zorg van kwetsbare eerste generatie ouderen. Benzakour geeft niet alleen een stem aan zijn moeder maar aan alle eerste generatie ouders. “En heus, zo waarlijk ik hier over mijn schrijftafel zit gebogen, terwijl de maan doddig door het raam tuurt, als er één opdracht is die zwaar en dwingend op mijn schouders rust, dan wel deze: mijn stemloze moeder een stem geven. Een stem tegen de vergetelheid.”

M. Benzakour, Yemma. Stilleven van een Marokkaanse moeder. Breda: De Geus, 2013. ISBN: 9789044525946. 224 p. Prijs: €18,95, e-boek €14,95.

Meer informatie over ouderenzorg: http://www.diversiteitswijzer.be/http://www.mikadonet.nl/

Comments