Verbinding doorheen de individuele onthouding

Ramadan

© Mohammad Hannon/AP

Elk jaar wordt ons klein land een maand lang gemarkeerd door een belangrijke gebeurtenis bij één van diens belangrijkste religieuze minderheden, met name de maand ramadan. Voor de meeste niet-moslims staat deze maand vooral gekend als één waarin moslims zich onthouden van elke vorm van consumptie (hoewel velen twijfelen of water hier ook onder valt en het telkenmale vragen) en als een maand met drukke straten in de “multiculturele wijken” enkele uren voor valavond.

Voor de moslims betekent deze maand vooral een tijdelijke interruptie van de alledaagse routines en een spirituele terugtrekking. Een terugtrekking die individueel wordt beleefd doorheen de daad van het vasten, maar die ook vooral betekenis krijgt doorheen diens gedeeld karakter.

Verbondenheid. Een van de elementen die religie maken tot wat ze is. Re-li-gare betekent immers verbinden. Het verbinden in tijden van eenzaamheid. Verbinden doorheen de stilte van het bestaan. Verbinden als een vorm van berusting. Verbinden in een gemeenschappelijke zoektocht naar verlossing.

De maand ramadan wordt jaar in, jaar uit, door de meeste moslims als een hoogtepunt in hun religieuze praktijk ervaren. Het is de periode waarin de grootste dronkaard zich veertig dagen voor het aanbreken van deze maand zal onthouden van elke druppel alcohol om met een klaar en helder hoofd het vasten in te gaan. Het is de maand van de goede en grote voornemens van zij die er niet in slagen hun vijf dagelijkse gebeden te vervullen. Het is de maand van verzoening, vergeving en van de lange nachtelijke gesprekken. Het belang van de maand ramadan bij de moslimgemeenschap kan dan ook niet worden onderschat. Of het nu gaat om vrome moslims die in deze maand hun spirituele na-ijver trachten te botvieren of de minder vrome moslims die het als een kans zien om zich te herpakken. Het vasten, of de ervaring van het vasten, neemt dan ook zo’n centrale plaats in dat het een onverbiddelijke toelatingsvoorwaarde wordt tot de gemeenschap, waardoor de “niet-vastenden” tot een ondraaglijke stilte van het onbestaan worden veroordeeld.1

Overgave. Een tweede term die centraal staat in de grote monotheïstische en andere spirituele tradities, zoals de islam. Een overgave om te bestaan. Overgave als vorm van een grote interne strijd (jihad akbar). Overgave als loslaten, van de angsten, van de jaloezie, de na-ijver, de onzekerheid. Overgave als een vorm van vertrouwen en berusting. Overgave als een individuele daad.

Ramadan vormt de maand van spirituele bezinning, van het overschouwen van een jaarcyclus. Niet van de Gregoriaanse kalender, maar die andere kalender die meestal stil en onzichtbaar blijft maar tijdens religieuze festiviteiten in alle Glorie verschijnt. Een maand die zich weinig aantrekt van de professionele en andere ritmes van het leven (tot ergernis van het BNP van vele landen). Een maand die haar nobelheid ontleent aan het feit dat de Koran (Qur’an al Kareem) toen werd geopenbaard, en een maand waarin men leeft naar de nacht van de lotsbestemming (Laylat-Al-Qadr) die het culminatiepunt vormt van de spirituele nabijheid tot God waarnaar wordt gestreefd. Ramadan als de maand waarin God, Allah, drager van 99 gekende namen, een centrale plaats krijgt. Een maand waarin nachtelijke gebeden het ankerpunt worden van de dag. En een maand van spirituele uitzuivering doorheen de tranen die vallen tijdens de smeekbedes. Tranen van spijt, tranen om vergeving en tranen van beloftes dat morgen een nieuwe dag mag zijn om een betere versie te worden van zichzelf.

Een maand van individuele onderwerping en bezinning, maar ook een maand van verbondenheid. Een maand waarin hoogst individuele ervaringen als honger, dorst en vermoeidheid de basis vormen voor een gemeenschapsgevoel. Een ogenschijnlijk paradoxaal samenkomen van individuele en collectieve beleving, de Zelf en de Groep. Ogenschijnlijk, want het zijn vooral onze moderne liberale denktradities die ons hebben geleerd ze als elkaars tegenpool aan te schouwen.

Een beeld. Ik sta in het Noordstation in Brussel kort voor valavond aan de ingang van de Quick. We schrijven oktober, een tiental jaar geleden. De fastfood tent is leeg, afgezien van één jonge man achter de kassa en enkele eenzaten die in alle stilte hun hamburger eten. Vermoeid en uitgeput van een interview kijk ik naar de grote wandklok aan de linkerkant van de kassa. Nog tien minuten. Ik overweeg te bestellen maar beslis nog even te wachten om niet het risico te lopen dat mijn eten koud wordt. Na wat geschuifel wandel ik richting kassa, naar de jonge man die eveneens zijn blik op de wandklok houdt. Wanneer ik aan de kassa kom draait hij zich naar mij om en zegt: “Ik denk dat het tijd is en we nu kunnen bestellen.” Een glimlach. Een gedeelde ervaring.

Ramadan Kareem

1 Dat laatste zette sommigen zoals de Marokkaanse organisatie MALI ertoe om zich alsnog een bestaansrecht af te dwingen door hun “zonde” publiekelijk kenbaar te maken.

Tijdens de ramadan bloggen verschillende personen voor al.arte.magazine over hun ramadanbelevenis. Het overzicht van de artikels in deze blogreeks vind je hier.

Comments