Nabij

Symboliseert het geloof van de islam, de wassende maan bij zonsondergang op de top van Faisal Moskee in Islamabad, Pakistan, 2008. © Wally Santana
Symboliseert het geloof van de islam, de wassende maan bij zonsondergang op de top van Faisal Moskee in Islamabad, Pakistan, 2008. © Wally Santana

Ik kan ons niet tellen. We zijn met veel en hebben verschillende strekkingen, omdat we verschillende regels hebben en over de laatste profeten twisten. We discussiëren over de hadiths, de sterkte, de zwakte en de geloofwaardigheid van deze overleveringen. We beginnen niet samen te vasten, want we hebben één zon en één maan, maar verschillende methoden, een andere kalender. Toch zijn we op zoek naar vrede, zijn we vrede voor de wereld. Wij zijn moeslimien, brengen salaam.

Vrede zij met u. Assalamoe alaykoem.

Het is 00:30, in de twaalfde nacht van de Ramadan, waarin we zoeken naar een grotere rust, een kleiner verlangen, naar dankbaarheid en een innerlijke strijd om het beste en het betere uit onszelf en onze medemens boven te halen, en ik wandel terug van de moskee waar de woorden uit de Koran verzachtend werken, de grootste wonden helen, leegten vullen en ons in een cocon van onuitputtelijke drang naar vrede vleugels en kleuren spinnen. De Koran geeft mij zonder te nemen, is de ultieme literatuur voor mij, een levend boek dat zich steeds opnieuw weerspiegelt in elke situatie en generatie, met een ondoorgrondelijke diepte en een verheven hoogte, een diamant, die afhankelijk van het invallende licht een gulden middenweg verlicht, een pad tussen uitersten belicht en kracht schenkt, terwijl Allah u belooft:

‘En wanneer Mijn dienaren jou (oh Mohamed) vragen stellen over Mij: voorwaar, Ik ben nabij.’

– Al baqarah, 106

Maar, terwijl ik wandel, voert de hemel een uitzonderlijke strijd. Het luchtruim is zwart, voor zover dat kan in het Westen, geen ster siert de hemel, lichtflitsen volgen op luid gedonder, waarna de maan uit zijn rust gehaald wordt, in een gevecht verwikkeld met de overheersende natuur. De regen kletst rond mij, de hemel dendert, snakt naar een wapenstilstand, een ogenblikkelijke vrede, een seconde op aarde, waarin schoonheid overheerst. De hemel huilt de hele nacht. Ik kan haar niet sussen. Ik weet niet hoe te troosten.

Alle wereldse ellende is getransformeerd tot een vechtende dampkring, de hemellichamen bewapenen zich:

De jongens die ooit de Straat van Gibraltar overstaken of Europa in vrachtwagens doorkruisten. De Afghanen die op de piano in de stadsbibliotheek oosterse liederen spelen, terwijl ik boeken zoek, en de Afrikanen die de harira van thuis missen. De vluchtelingen, mensen zonder papieren die nachten doorwerken in de horeca, uitgespuugd door twee werelden, alsof alleen papier een plek geeft. Harde werkers met een schamel loon en een lege tafel in de Ramadan.

Maar ook met papieren heerst armoede onder de vastende, Belgische bevolking. Hoewel velen juist in de Ramadan aan een overdreven gevulde tafel aanschuiven met familie en vrienden, gezelligheid en een gezamenlijk doel, missen anderen de middelen of de vrienden en de familieleden. Zij moeten aanschuiven aan een lege tafel, waar zowel de voorzieningen als misschien de vrienden wegblijven, want we lachen liever samen dan dat we samen treuren. Zonde, als we zien hoeveel verspilling er is. Zonde, als we zien hoe voedsel niet meer voedt.

De Oeigoeren, rondtrekkende nomaden die in de geschiedenis door Azië zijn gedwaald, vallen nu onder de heerschappij van een overheersende staat, waar ze zelfs aan wereldwijde, innerlijke vrede niet mogen deelnemen. Geen argumenten worden aangehaald om een onderdrukkende eis door te voeren, maar in de schaduw van uw gele moskeeën zal u rust vinden. Vast of vast niet, voor Allah, de bevrijder, niet voor uw staat, de onderdrukker.

Israeli border police hold back Palestinians on their way to prayfor the holy fasting month of Ramadan at the Al Aqsa Mosque in Jerusalem´s Old City, Friday, Sept. 12, 2008 AP Photo Bernat Armangue

Israëlische grenspolitie houdt Palestijnen tegen op hun weg naar het gebed van de heilige vastenmaand Ramadan in de Al Aqsa moskee in De Oude Stad van Jeruzalem, 2008. © Bernat Armangue

Ik heb geschreven. Ik schrijf en ik zal schrijven over Palestina. Het is namelijk echt niet aangenaam uw vasten te verbreken onder lichtflitsen, zonder natuurlijk gedonder en onder gedonder, zonder bliksem, u te onthouden van een innerlijke oorlog, vast te houden aan een innerlijke vrede, terwijl boven u een veldslag uit elkaar spat en daalt over de mensen, voor wie u liefde voelt als een helse pijn, en alles wat u had verdwijnt en u niet zou vloeken, hoewel u wil vloeken in alle talen. Boven u. Boven de vechtende dampkring. Boven de gewapende hemellichamen is Allah, die u belooft nabij te zijn. Voor u is Hij dichterbij, zou ik denken.

In Irak is er weer een vuur opgelaaid, waarin de ideologie, het lichaam en de geest van ieder die anders denkt, wordt afgenomen. Zouden de mannen van ISIS willen sterven in een heilige oorlog, voor de zaak van Allah, maar vonden ze geen manier waarop? Kozen zij daarom tegenstanders die meer op hen lijken dan dat ze van hen verschillen? Schreeuwende mannen in jeeps, moordende hooligans, zwaarbewapend. Echte mannen vechten met hun vuisten. Echte mannen vechten niet. Stop met krijsen dat Allah groots is, jullie zijn klein.

Het Syrische jongetje dat volgens sociale media, net voordat een burgeroorlog zijn laatste adem uit zijn lichaam zoog, beloofde: ‘Ik zal Allah alles vertellen.’

Allah is dichtbij u, kleine held.
Laten we ook dichtbij zijn.

Comments

Geef een reactie