“De wereld wordt pas echt als je de dingen van dichtbij bekijkt”

Home Sweet Home - RSL project
Home Sweet Home - RSL project

Interview met kunstfotografe Mashid Mohadjerin
Mashid Mohadjerin - © Roel Veyt

Mashid Mohadjerin – © Roel Veyt

“Ik heb altijd honger naar de waarheid,” zo kondigt de Iraans-Belgische kunstfotografe Mashid Mohadjerin haar nieuwe project aan, rond jonge politieke activistes in het Midden-Oosten. Ze wil de vrouwen in de Arabische revoluties op de voorgrond plaatsen, maar –en dat kenmerkt het fotografisch werk van Mohadjerin– ze wil tegelijk dieper graven en reflecteren over de beeldvorming rond de Arabische vrouwen en hun politieke strijd.

De voorbije zomer hingen haar foto’s nog aan de muren van het Red Star Line Museum, nadat ze op vraag van het RSL museum van Antwerpen naar Tanger was gereisd. Migratie, identiteit en la condition humaine zijn de thema’s waar Mashid Mohadjerin graag mee speelt in haar fotografie. Haar werk bracht haar eerder naar Centraal-Azië, West-Afrika, het Midden-Oosten, Europa en de VS: ze woonde en werkte zes jaar vanuit New York, maar vandaag is Antwerpen haar uitvalsbasis.

Vertel ons vooral over je nieuw project, rond jonge politieke strijdsters in het Midden-Oosten.

Het project is gelinkt aan een onderzoek aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, in samenwerking met de Universiteit Antwerpen. Ik werk rond de beeldvorming van jonge, vrouwelijke activisten die een politieke strijd voeren tijdens en na de recente revoluties in het Midden-Oosten. In mijn onderzoeksproject staan concepten als beeldvorming, gender, etniciteit & identiteit en macht & strijd centraal. In de recente revoluties kregen vrouwen en sociale media erg veel aandacht in de pers. Dat was vroeger niet altijd zo. Iedereen kent de iconische beelden van revolutionairen zoals Che Guevara, Lenin, Mao… ze zijn heel stilistisch en idealistisch, en vooral mannelijk van aard. Je hebt in Frankrijk weliswaar een uitzondering met Marianne, maar daar staat de vrouwelijke held symbool voor een heroïsche burgerstrijd.

Jij richt je lens op de vrouwen in de Arabische wereld.

De fotografische beeldvorming met betrekking tot vrouwen in de Arabische wereld, ook met betrekking tot hun rol in de recente revoluties, werkt vaak met stereotypes. De Arabische vrouw wordt in het Westen ofwel als onderdanig en verborgen geportretteerd, ofwel wordt ze verwesterd en “rebels” omdat de media hen als sexy beschouwen.

Dat was voor mij de aanleiding om dieper te graven. Ik had natuurlijk zelf een beeld in mijn hoofd, maar dat verandert voortdurend, naarmate ik met meer activistes praat. Ik heb tot dusver portretten gemaakt van Egyptische vrouwen die actief waren in de jongste revoluties, en vrouwen die zich politiek roeren in Tunesië. Ik maak portretten van hen, maar ik neem ze weg uit de context van de demonstraties. Ik zet ze eerder in hun eigen omgeving. En ik wil die portretten combineren met publieke ruimtes die symbool staan voor de revolutie, en vooral in Egypte dan, met de politieke muurschilderingen die sinds de val van Moebarak een belangrijke uitlaatklep voor de gewone Egyptenaren zijn.

Hoe sta je zelf tegenover de Arabische Lente?

Ik wil die activisten vooral in beeld brengen zonder zelf stelling te nemen. Ik laat dat in het midden, op dit moment. Ik denk dat mensen die vandaag politiek actief zijn het überhaupt moeilijk hebben: in het Midden-Oosten, of waar ook in de wereld. Politieke activisten maken sowieso niet de makkelijkste keuze in het leven, of ze nu man of vrouw zijn. Je hebt natuurlijk het fysieke geweld tegen de politieke activisten, maar het verhaal is veel breder dan dat. De media hebben de jongste jaren ook een grote omwenteling meegemaakt. De Iraanse revolutie van eind jaren zeventig was de meest ‘televised revolution’ tot dusver in het Midden-Oosten, maar mede dankzij Aljazeera en anderen was de Egyptische omwenteling een ‘hyper mediatized revolution’. Elke stap werd gevolgd: niet alleen door de professionele camera’s maar ook door de deelnemers zelf, de ‘citizen journalists’. De beeldvorming was zo intens dat iedereen er dicht bij stond, de revolutie werd een spektakel, bijna een soapserie. Dat is fascinerend en beangstigend tegelijk, qua beeldvorming en de rol die de media speelt.

Maar het is nog te vroeg voor conclusies?

Ik zit nog middenin mijn project: elke keer wanneer ik een observatie maak, kan die de volgende dag toch weer ontkracht worden. Ik probeer nu dus geen oordeel te vellen. Het is de nieuwsgierigheid die me drijft. Ik heb altijd honger naar de werkelijkheid. Ik wil weten hoe de dingen echt zijn. Je hebt altijd een idee, maar je bent maar zeker als je de dingen grondig bekijkt. Dat is zo fascinerend aan fotografie: je hebt een reden om de wereld van dichterbij te bekijken.

Je spreekt in je foto’s over identiteit, migratie, de minderheden of de zwakkeren in de maatschappij. Het zijn thema’s van alle tijden. Is dat een rationele keuze waar je lang en weloverwogen over nadenkt?

Nee, dat gebeurt intuïtief. De dingen die me storen in de wereld, of die me aangrijpen, die wil ik visualiseren. En ik ben gewoon zeer nieuwsgierig, vandaar mijn drang om de wereld te ontdekken. Ik probeer wel te focussen op een thema waarop ik kan blijven werken, zodat mijn oeuvre kan blijven groeien. Als ik van het ene onderwerp naar het andere moet hollen, heb ik het gevoel dat ik er geen vat op krijg. En ik ben een freelance fotograaf die vaak zelfstandig en onafhankelijk werkt. Ik zit dus met een beperkt budget (lacht). Maar één ding hebben mijn onderwerpen gemeen: ze raken me ook persoonlijk.  Toen ik in 2008 naar Italië ging, wilde ik het verhaal vertellen van de wanhoop: het verhaal van de vluchtelingen, opeengepakt in een bootje die de grootste risico’s nemen in de hoop op een beter leven. Een hoop die hen wellicht is ingefluisterd door een smokkelaar die er duizenden euro’s aan verdient. Ik wilde het gevoel van angst aan boord in beeld brengen. Maar ik wilde vooral op zoek gaan naar een manier om mensen die dat soort beelden iedere dag zien opnieuw te raken. In de serie met objecten wou ik aan de kijker zeggen: dit ben jij.

Met je foto van Lampedusa won je in 2009 de eerste prijs bij de World Press Photo. Maar je blijft daar bescheiden over.

Het is uiteraard een eer om die prijs te winnen en om erkenning te krijgen voor je werk, maar het ligt niet in mijn aard om dat overal luidop te roepen. Het werk zelf en de drang om als fotograaf beter te worden haalt toch de overhand. De onderscheiding is een aanmoediging maar mijn zoektocht blijft verder gaan. Als reportagefotograaf zet je jezelf in situaties die gevaarlijk kunnen zijn, zeker omdat  je alleen werkt. Dan moet je gewoon sterk zijn. Twintig jaar geleden stuurde een krant je nog op pad. Vandaag ga je als freelancer, je doet alles zelf. Zonder back-up, zonder dat mensen weten waar je precies uithangt. En dan kom je terug met je foto’s, om te horen, ‘heel mooi, maar die crisis is niet langer in de actualiteit.’ Als fotojournalist zit je nooit in een comfortabele positie. Al krijg ik als freelancer vandaag vaker opdrachten die nauw aansluiten bij mijn stijl. Dat was vroeger wel eens anders. Maar je hebt soms zo weinig tijd om de dingen in beeld te brengen. Daarom verkies ik mijn lange-termijnprojecten.

Want jij gaat liever bedachtzaam te werk?

Ik ben geen fotograaf die zeer veel foto’s maakt. Ik loop niet de hele dag met een camera rond. Ik ben erg gericht. Als ik een beeld zie, dan kan er veel tijd in kruipen voor ik de juiste  foto heb. Ik kan lang op één plek rondhangen, en ik kijk bewust uit naar dat ene beeld, die ene schets die al in mijn hoofd zit. Maar een andere keer laat ik veel over aan het moment, en kan het meteen raak zijn, hoor. Als beginnend fotograaf had ik een zeer brede fascinatie. Ik vond zowat alles interessant. Maar ik heb snel geleerd dat dat niet werkt. Niet alles wat “mooi” is, is ook visueel interessant. Je moet veel beelden gewoon durven loslaten.

Beelden van haar recentste werk in Red Star Line, Home Sweet Home:

© Mashid Mohadjerin

Comments

This post is also available in: English

Geef een reactie